Hoeveel geluid maakt een warmtepomp? Een lucht-waterwarmtepomp produceert vooral geluid bij de buitenunit. In productspecificaties kom je vaak een geluidsvermogenniveau van ongeveer 50 tot 65 dB(A) tegen. Dat is niet automatisch het geluidsniveau dat jij of de buren horen. De hoorbare geluidsdruk is afhankelijk van de afstand, de plaatsing, muren, trillingen, het toerental en de omstandigheden waaronder de warmtepomp werkt.
Een correct gekozen en goed geplaatste warmtepomp hoeft in de praktijk geen geluidsoverlast te veroorzaken. De plaats van de buitenunit is minstens zo belangrijk als het geluidsniveau van het apparaat zelf. Laat daarom vóór de installatie berekenen hoeveel geluid er op de perceelgrens en bij nabijgelegen ramen terechtkomt.
Wil je eerst weten welk type installatie bij jouw woning past? Lees dan Welke warmtepomp past bij mijn woning?
Waar komt het geluid van een warmtepomp vandaan?
Een warmtepomp bestaat uit verschillende bewegende onderdelen. Welke onderdelen geluid maken, verschilt per type warmtepomp.
Bij een lucht-waterwarmtepomp bevinden de belangrijkste geluidsbronnen zich meestal in de buitenunit:
- de ventilator die buitenlucht door de unit verplaatst;
- de compressor die het koudemiddel samenperst;
- de pomp en andere bewegende onderdelen;
- trillingen die via de behuizing of bevestiging worden doorgegeven;
- luchtstroming door het rooster van de buitenunit.
De ventilator veroorzaakt voornamelijk ruisend luchtgeluid. De compressor kan daarnaast een lage brom of zoemtoon produceren. Vooral een lage, terugkerende toon kan als hinderlijk worden ervaren, ook wanneer het gemeten aantal decibel niet uitzonderlijk hoog is.
De binnenunit maakt meestal minder geluid. Daar kunnen een circulatiepomp, ventilator, kleppen of stromend water hoorbaar zijn. Bij een goede plaatsing in een technische ruimte, garage of afgesloten bijkeuken levert dit doorgaans weinig problemen op.
Een slaapkamer, werkkamer of lichte houten zoldervloer vraagt om meer aandacht. Trillingen en lage tonen kunnen zich namelijk via vloeren, muren en leidingen door de woning verspreiden.
Goed om te weten
Het aantal decibel in de productbrochure vertelt niet hoeveel geluid de buren daadwerkelijk horen. Controleer of het om geluidsvermogen of geluidsdruk gaat en bij welke afstand, buitentemperatuur, belasting en bedrijfsstand de waarde is vastgesteld.
Hoeveel decibel maakt een warmtepomp?
Het geluidsvermogen van een buitenunit ligt afhankelijk van het type en vermogen vaak ergens tussen ongeveer 50 en 65 dB(A). Compacte hybride warmtepompen bevinden zich regelmatig aan de onderkant van deze bandbreedte. Grotere volledig elektrische systemen kunnen hogere waarden hebben, maar dat verschilt sterk per apparaat.
Deze productspecificatie mag niet rechtstreeks worden vergeleken met de wettelijke waarde op de perceelgrens. Het geluidsvermogenniveau beschrijft hoeveel geluid het apparaat bij de bron produceert. De geluidsdruk beschrijft hoeveel daarvan op een bepaalde plaats overblijft.
Op enkele meters afstand is de geluidsdruk lager dan direct naast de buitenunit. Een muur, hoek, overkapping of smalle doorgang kan het geluid juist weer versterken of gericht terugkaatsen.
Indicatieve geluidsniveaus en herkenbare voorbeelden
| Geluidsniveau | Vergelijkbare omgeving | Mogelijke beleving |
|---|---|---|
| 20 tot 30 dB(A) | Zeer stille slaapkamer | Alleen goed hoorbaar wanneer de omgeving volledig stil is |
| 30 tot 40 dB(A) | Zacht gefluister of een rustige bibliotheek | Meestal stil, maar een bromtoon kan opvallen |
| 40 tot 50 dB(A) | Rustige woonomgeving met zacht achtergrondgeluid | Duidelijk hoorbaar wanneer het verder stil is |
| 50 tot 60 dB(A) | Rustig gesprek op enige afstand | Goed hoorbaar in de directe omgeving |
| 60 tot 70 dB(A) | Normaal gesprek van dichtbij | Kan langdurig als storend worden ervaren |
De voorbeelden in de tabel zijn indicatief. De beleving van geluid hangt ook af van de toonhoogte, duur, herhaling, achtergrondgeluiden en het moment van de dag. Eenzelfde geluid valt ’s nachts sterker op dan overdag.
Geluidsvermogen en geluidsdruk zijn niet hetzelfde
Bij het vergelijken van warmtepompen is het belangrijk om onderscheid te maken tussen twee waarden.
Geluidsvermogenniveau
Het geluidsvermogenniveau wordt meestal aangeduid met LWA en uitgedrukt in dB(A). Dit is een eigenschap van het apparaat zelf. De waarde is in principe niet afhankelijk van de afstand waarop je staat.
Fabrikanten vermelden het geluidsvermogenniveau vaak op het energielabel of in de technische documentatie. Gebruik deze waarde om verschillende buitenunits onder vergelijkbare testomstandigheden te vergelijken.
Geluidsdrukniveau
Het geluidsdrukniveau wordt aangeduid met LpA. Dit is het geluid dat op een bepaalde plaats kan worden gemeten. Deze waarde wordt lager naarmate de afstand tot de buitenunit groter wordt.
Het geluidsdrukniveau wordt beïnvloed door:
- de afstand tot de buitenunit;
- de richting van de ventilator;
- reflecties tegen gevels en muren;
- afscherming door een massieve constructie;
- de hoogte van de buitenunit;
- trillingen in de ondergrond of gevel;
- het vermogen waarop de warmtepomp draait;
- wind en ander omgevingsgeluid.
Een brochure waarin alleen “42 dB” staat, geeft daarom onvoldoende informatie. Vraag altijd welke meetgrootheid wordt bedoeld, op welke afstand is gemeten en bij welke bedrijfsstand.
Wat zijn de wettelijke geluidsregels?
Voor nieuw geplaatste of vervangen buitenunits bij woningen gelden landelijke geluidsregels. Onder het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt bij een aangrenzend woonperceel een berekend geluidsniveau van maximaal 40 dB op de perceelgrens.
Wanneer woningen zich op hetzelfde bouwwerkperceel bevinden, zoals bij appartementen, geldt de waarde bij een te openen raam of een deur van een aangrenzende woning.
De officiële bepalingsmethode maakt onderscheid tussen de dagperiode en de avond- en nachtperiode:
- dagperiode: van 07.00 tot 19.00 uur;
- avond- en nachtperiode: van 19.00 tot 07.00 uur.
Heeft de warmtepomp een afzonderlijk ingestelde stille stand voor de avond en nacht, dan wordt bij de beoordeling van de dagstand een correctie van 5 dB toegepast. Daardoor wordt de regel in consumenteninformatie vaak uitgelegd als maximaal 45 dB overdag en 40 dB in de avond en nacht.
De wettelijke norm wordt niet simpelweg naast de buitenunit gemeten. Het gaat om de berekende en volgens de officiële methode gecorrigeerde waarde op de voorgeschreven beoordelingsplaats. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) legt uit hoe de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving worden toegepast.
De gemeente kan toezicht houden en optreden wanneer een nieuwe installatie niet aan de regels voldoet. Daarnaast kunnen plaatselijke regels gelden voor de positie van een buitenunit. Controleer daarom ook het omgevingsplan en informeer bij de gemeente als de situatie onduidelijk is.
Wanneer maakt een warmtepomp het meeste geluid?
Een moderne warmtepomp moduleert. Dat betekent dat de compressor en ventilator hun toerental aanpassen aan de hoeveelheid warmte die nodig is.
Bij zacht weer kan de installatie op een laag vermogen rustig blijven draaien. Tijdens koud weer is meer warmte nodig en neemt het toerental toe. De buitenunit kan dan duidelijker hoorbaar worden.
Een warmtepomp kan extra geluid produceren tijdens:
- koude winterdagen;
- het opwarmen van een afgekoelde woning;
- het maken van warm tapwater;
- een ontdooicyclus;
- koelen tijdens warm zomerweer;
- het herstellen na een grote nachtverlaging;
- gebruik op maximaal vermogen;
- een storing of achterstallig onderhoud.
Tijdens een ontdooicyclus wordt rijpvorming van de buitenunit verwijderd. De ventilator kan tijdelijk stoppen, kleppen kunnen omschakelen en daarna kan de installatie weer op een hoger toerental starten. Dit afwijkende geluid is niet direct een storing.
Nieuwe ratelende, schurende of zeer luide bromgeluiden zijn wel een reden om de installateur te bellen. Mogelijke oorzaken zijn een los paneel, vervuilde ventilator, versleten lager, ijsvorming of onvoldoende trillingsdemping.
Maakt een hybride warmtepomp minder geluid?
Een hybride warmtepomp heeft doorgaans een kleiner verwarmingsvermogen dan een volledig elektrische warmtepomp. De cv-ketel kan namelijk bijspringen wanneer het buiten koud is of wanneer de woning snel moet worden opgewarmd.
Een kleinere buitenunit kan minder geluid produceren, maar dat is geen vaste regel. Het ontwerp van de ventilator, de compressor, de behuizing en de regeling hebben eveneens veel invloed.
Een volledig elektrische lucht-waterwarmtepomp moet de volledige woning verwarmen en meestal ook warm tapwater maken. Hierdoor kan hij ’s nachts en in de zomer actief worden. Bij een hybride systeem wordt het tapwater meestal door de cv-ketel verzorgd.
Het verschil tussen beide systemen staat uitgebreider beschreven in Hybride of volledig elektrische warmtepomp.
Welk type warmtepomp is het stilste?
Niet iedere warmtepomp heeft een buitenunit met ventilator.
Lucht-waterwarmtepomp
Een lucht-waterwarmtepomp heeft meestal een buitenunit met een ventilator en compressor. Dit type vraagt daarom de meeste aandacht voor geluid en plaatsing.
Lucht-luchtwarmtepomp
Een lucht-luchtwarmtepomp werkt vergelijkbaar met een airco. Zowel de buitenunit als de binnenunits bevatten ventilatoren. Binnen is daardoor luchtstroming hoorbaar.
Bodemwarmtepomp
Een bodemwarmtepomp heeft geen grote buitenventilator. De compressor staat binnen en kan daar een lichte brom produceren. Door een goede technische ruimte en trillingsdemping is het buitengeluid meestal zeer beperkt.
PVT-warmtepomp
Een systeem dat warmte uit PVT-panelen haalt, heeft vaak geen traditionele buitenunit met ventilator. Hierdoor kan het buitengeluid laag zijn. De binnenunit bevat nog wel een compressor en pomp.
Ventilatiewarmtepomp
Een ventilatiewarmtepomp staat binnen en haalt warmte uit afgevoerde ventilatielucht. Het geluid komt onder andere van ventilatoren en de compressor. De plaatsing ten opzichte van slaapkamers blijft belangrijk.
Een stiller type is niet automatisch de beste keuze voor iedere woning. Bronmogelijkheden, ruimte, isolatie, kosten en het benodigde vermogen spelen eveneens een rol. Gebruik de Volterij Keuzehulp om deze eigenschappen naast elkaar te zetten.
Hoeveel invloed heeft de afstand?
Geluid wordt zwakker naarmate je verder van de bron staat. In een vrije omgeving kan de geluidsdruk van een puntbron als vuistregel met ongeveer 6 dB afnemen wanneer de afstand verdubbelt.
In een woonomgeving is deze vuistregel slechts een indicatie. Een buitenunit staat meestal bij een gevel, schutting, dakrand of andere reflecterende constructie. Het geluid verspreidt zich daardoor niet volledig vrij.
Voorbeeldberekening
Een fabrikant vermeldt in dit voorbeeld een geluidsdrukniveau van 48 dB(A) op 1 meter afstand bij een bepaalde bedrijfsstand.
Bij vrije verspreiding kan de geluidsdruk indicatief als volgt afnemen:
op 1 meter: 48 dB(A); op 2 meter: ongeveer 42 dB(A); op 4 meter: ongeveer 36 dB(A); op 8 meter: ongeveer 30 dB(A).
Staat de buitenunit dicht bij een harde gevel of in een hoek, dan kunnen reflecties het geluidsniveau verhogen. Ook een opvallende bromtoon kan bij de wettelijke beoordeling tot een correctie leiden.
Deze vereenvoudigde berekening bewijst daarom niet dat de installatie aan de norm voldoet. Gebruik voor de officiële beoordeling het geluidsvermogen van de buitenunit, de werkelijke plaatsing en de voorgeschreven rekenmethode.
Wat is de beste plaats voor de buitenunit?
De beste plaats is niet noodzakelijk de plek waar de leiding naar binnen het kortst is. Geluid, trillingen, luchtstroming, onderhoud en afstand tot buren moeten gezamenlijk worden beoordeeld.
Een gunstige plek heeft meestal de volgende eigenschappen:
- zo veel mogelijk afstand tot de perceelgrens;
- niet direct naast een slaapkamerraam;
- voldoende vrije ruimte voor luchttoevoer en uitblaaslucht;
- geen smalle hoek tussen meerdere harde muren;
- een stabiele en zware ondergrond;
- goede bereikbaarheid voor onderhoud;
- geen directe uitblaasrichting naar een terras of raam;
- voldoende ruimte voor condens- en smeltwater.
Bij een tussenwoning kan een plaats ongeveer in het midden van de achtergevel gunstiger zijn dan een positie direct tegen de erfgrens. De afstand tot beide buren is dan groter.
Volgens Milieu Centraal kan ook een massieve muur of een geschikte geluidsdempende ombouw helpen. Een gewone lichte schutting houdt doorgaans onvoldoende geluid tegen.
Laat de installateur meerdere plaatsen doorrekenen. Een klein verschil in positie kan meer effect hebben dan het kiezen van een buitenunit die op papier één of twee decibel stiller is.
Voorkom reflectie en versterking van geluid
Een buitenunit in een open omgeving kan zijn geluid relatief gelijkmatig verspreiden. Tussen twee muren wordt een deel van het geluid teruggekaatst. Hierdoor kan een smalle doorgang of binnenhoek als een klankkast werken.
Vermijd indien mogelijk:
- een buitenunit in een smalle steeg tussen woningen;
- plaatsing onder een laag en hard afdak;
- een positie in een hoek tussen twee gevels;
- uitblazen richting een tegenoverliggende muur;
- plaatsing vlak bij een open slaapkamerraam;
- meerdere buitenunits dicht bij elkaar.
Heggen en andere beplanting maken een buitenunit visueel minder opvallend, maar houden geluid beperkt tegen. Dichte beplanting mag bovendien de luchtstroom en het onderhoud niet belemmeren.
Een geluidsscherm werkt vooral wanneer het massief is, geen grote openingen bevat en de directe zichtlijn tussen de buitenunit en de ontvanger onderbreekt. De precieze afmetingen en positie moeten bij de situatie passen.
Voorkom trillingsgeluid
Niet al het geluid verspreidt zich door de lucht. Een compressor kan trillingen via de bevestiging doorgeven aan een gevel, dak, vloer of leiding. Dit wordt contactgeluid of constructiegeluid genoemd.
Een buitenunit op een lichte muurbeugel kan daardoor binnenshuis hoorbaar zijn, zelfs wanneer het buitengeluid beperkt is. Vooral lichte gevelconstructies, houten vloeren en dakkapellen kunnen trillingen gemakkelijk doorgeven.
Mogelijke maatregelen zijn:
- plaatsing op een zware, stabiele ondergrond;
- geschikte rubberen of veertrillingsdempers;
- flexibele leidingaansluitingen;
- voldoende afstand tussen leidingen en bouwdelen;
- een bevestiging die bij het gewicht en toerental past;
- voorkomen dat leidingen strak tegen muren of vloeren liggen.
Een betonnen fundatieplaat is geen automatische garantie. De unit, dempers en ondergrond moeten als één systeem worden ontworpen. Te zachte of verkeerd gekozen dempers kunnen beweging juist vergroten.
Plaatsing op een plat dak vraagt extra aandacht. De dakconstructie kan trillingen doorgeven of als klankvlak werken. Laat vooraf controleren of het dak het gewicht kan dragen en hoe contactgeluid wordt voorkomen.
Helpt een stille stand?
Veel warmtepompen hebben een stille stand, nachtstand of silent mode. Hierbij wordt het maximale toerental van de ventilator en compressor beperkt. Het geluid kan daardoor afnemen.
De stille stand kan ook het beschikbare verwarmingsvermogen verminderen. Op koude dagen of tijdens de productie van warm tapwater kan de installatie hierdoor langer moeten draaien of onvoldoende vermogen leveren.
Vraag daarom niet alleen hoeveel decibel de stille stand scheelt, maar ook:
- hoeveel verwarmingsvermogen beschikbaar blijft;
- bij welke buitentemperatuur dit geldt;
- of de stand automatisch wordt geactiveerd;
- welke tijden worden geprogrammeerd;
- wat er gebeurt tijdens tapwaterproductie;
- of de wettelijke berekening op deze instelling is gebaseerd.
Als de berekening alleen klopt wanneer de nachtstand actief is, moet deze instelling behouden blijven. De officiële meetmethode beoordeelt de maximale geluidssituatie binnen de gekozen dag- en nachtinstellingen.
Heeft het vermogen invloed op het geluid?
Een warmtepomp met een groter maximaal vermogen kan meer geluid maken, maar vermogen en geluid lopen niet altijd gelijk op. Een groter model met een ruime ventilator kan bij gedeeltelijke belasting soms rustiger draaien dan een klein model dat voortdurend maximaal moet presteren.
Een verkeerd gedimensioneerde warmtepomp kan ongunstig uitpakken:
- een te kleine warmtepomp draait bij koud weer langdurig op vol vermogen;
- een te grote warmtepomp kan vaker in- en uitschakelen;
- slecht ingestelde regeling kan onnodige toerentalwisselingen veroorzaken;
- een hoge aanvoertemperatuur kan de compressor zwaarder belasten.
Laat het benodigde vermogen daarom op het warmteverlies van de woning afstemmen. Meer uitleg hierover vind je bij Hoeveel vermogen moet mijn warmtepomp hebben?
Ook het afgiftesysteem is belangrijk. Radiatoren of vloerverwarming die met een lage temperatuur voldoende warmte afgeven, helpen de warmtepomp rustig en efficiënt te werken. Lees daarvoor Welke radiatoren zijn geschikt voor een warmtepomp?
Kun je zelf het geluid meten?
Met een telefoonapp kun je een globale indruk krijgen en veranderingen herkennen. Zo kun je bijvoorbeeld vergelijken of het geluid na onderhoud is afgenomen.
Een telefoonmeting is niet geschikt om officieel vast te stellen of de warmtepomp aan de wettelijke norm voldoet. Microfoons in telefoons zijn niet gekalibreerd voor dit doel. Ook wind, verkeer, vogels en andere apparaten beïnvloeden de uitkomst.
Voor een bruikbare eigen controle kun je wel:
- steeds op dezelfde plaats meten;
- de afstand tot de unit noteren;
- tijdstip en buitentemperatuur vastleggen;
- aangeven of de warmtepomp verwarmt of tapwater maakt;
- de ingestelde bedrijfsstand noteren;
- vergelijken op momenten met weinig achtergrondgeluid.
Voor een officiële beoordeling is een akoestische berekening of professionele meting nodig. Met de geluidsrekentool van de Rijksoverheid kan vooraf worden berekend of een voorgenomen plaatsing naar verwachting aan de geluidsregel voldoet.
Waar let je op bij het vergelijken van offertes?
Vraag iedere aanbieder om dezelfde gegevens. Alleen dan kun je voorstellen eerlijk vergelijken.
Laat minimaal opnemen:
- merk en exact typenummer van de buitenunit;
- geluidsvermogenniveau bij normaal bedrijf;
- geluidsvermogenniveau bij maximaal vermogen;
- waarde in de stille of nachtstand;
- verwarmingsvermogen dat in de nachtstand overblijft;
- geplande afstand tot de perceelgrens;
- positie ten opzichte van ramen en terrassen;
- verwachte correcties voor gevels, hoeken en schermen;
- wijze van trillingsdemping;
- berekend geluidsniveau op de beoordelingsplaats;
- bevestiging dat aan de geldende geluidsregels wordt voldaan.
Een zin als “deze warmtepomp is fluisterstil” is geen technische onderbouwing. Vraag om concrete waarden en een situatieschets. Laat ook vastleggen welke instellingen na de oplevering niet mogen worden gewijzigd.
Let op
Vergelijk alleen waarden die op dezelfde manier zijn bepaald. Een geluidsdruk van 40 dB(A) op enkele meters afstand kan afkomstig zijn van een buitenunit met een veel hoger geluidsvermogenniveau. Vraag daarom altijd om LWA, de meetafstand, de bedrijfsstand en een berekening voor jouw perceel.
Wat kun je doen bij geluidsoverlast?
Maakt een bestaande warmtepomp meer geluid dan verwacht? Controleer dan eerst of het geluid nieuw is of vanaf de installatie aanwezig was.
Noteer:
- op welke tijden de overlast optreedt;
- hoe lang het geluid aanhoudt;
- of het om ruis, brommen, trillen of ratelen gaat;
- de buitentemperatuur en weersomstandigheden;
- of er op dat moment warm tapwater wordt gemaakt;
- of het geluid binnen, buiten of op beide plaatsen hoorbaar is.
Laat de installateur vervolgens controleren op losse panelen, vervuiling, ijsvorming, lagers, ventilatorbalans, leidingcontact en trillingsdempers. Soms kan een andere instelling of kleine technische aanpassing het probleem oplossen.
Is de plaats zelf ongunstig, dan kan verplaatsing, een degelijk geluidsscherm of een goed ontworpen ombouw nodig zijn. Een ombouw mag de luchttoevoer, uitblaaslucht, werking en bereikbaarheid van de warmtepomp niet beperken.
Bespreek aanhoudende hinder bij voorkeur vroegtijdig met de buren. Wanneer er twijfel bestaat over de wettelijke waarde, kan een deskundige berekening of meting duidelijkheid geven. Bij een vermoedelijke overtreding kan de gemeente worden benaderd.
Hoeveel geluid maakt een warmtepomp in de praktijk?
Hoeveel geluid een warmtepomp in de praktijk maakt, is niet met één getal te beantwoorden. Het geluidsvermogen van de buitenunit is slechts het begin. De uiteindelijke geluidsdruk wordt bepaald door de afstand, plaatsing, bedrijfsstand, reflecties, trillingen en het moment waarop de installatie werkt.
Een rustige warmtepomp begint daarom bij een zorgvuldige voorbereiding:
- kies een passend en niet onnodig zwaar toestel;
- vergelijk het geluidsvermogen van verschillende modellen;
- bepaal eerst de beste plaats en daarna pas de leidingroute;
- laat het geluid op de perceelgrens berekenen;
- voorkom harde hoeken en smalle doorgangen;
- gebruik geschikte trillingsdemping;
- leg de stille nachtinstelling vast;
- laat de installatie goed inregelen en onderhouden.
Neem geluid mee in de totale beoordeling van aanschafprijs, rendement en plaatsingsmogelijkheden. Voor de volledige financiële afweging kun je verder lezen bij Wat kost een warmtepomp in 2026? Het elektriciteitsgebruik bij verschillende temperaturen en instellingen wordt uitgelegd in Hoeveel stroom verbruikt een warmtepomp?
Veelgestelde vragen
Hoeveel decibel maakt een buitenunit?
In technische gegevens zie je bij lucht-waterwarmtepompen vaak een geluidsvermogenniveau van ongeveer 50 tot 65 dB(A). De geluidsdruk die op de perceelgrens overblijft, is lager en hangt af van afstand, plaatsing, reflecties en de bedrijfsstand.
Wat is de maximale geluidsnorm voor een warmtepomp?
Bij een buitenunit op een woning geldt bij een direct aangrenzend woonperceel een berekend geluidsniveau van maximaal 40 dB op de voorgeschreven beoordelingsplaats. Bij een aparte dag- en nachtinstelling kan voor de dagperiode een correctie van 5 dB gelden.
Kunnen de buren mijn warmtepomp horen?
Dat is mogelijk, vooral wanneer de buitenunit dicht bij de perceelgrens of een slaapkamerraam staat. Met voldoende afstand, een stille buitenunit, goede trillingsdemping en een gunstige plaatsing kan de hoorbaarheid sterk worden beperkt.
Is een warmtepomp ’s nachts actief?
Een volledig elektrische warmtepomp kan ’s nachts verwarmen en warm tapwater maken. Een hybride warmtepomp kan eveneens ’s nachts verwarmen. Veel modellen hebben daarom een afzonderlijke stille nachtstand.
Helpt een geluidsdempende ombouw?
Een goed ontworpen ombouw kan geluid verminderen. De kast moet wel geschikt zijn voor de betreffende buitenunit en voldoende lucht doorlaten. Een te dichte ombouw kan het rendement verlagen, storingen veroorzaken of het geluid juist vergroten.
